Zo’n 8 procent van de mensen denkt in zijn leven minimaal één keer serieus aan zelfdoding. En iedere dag overlijden er gemiddeld 5 mensen aan zelfdoding. Al deze personen hebben weer mensen om zich heen. Dat betekent dat de meeste mensen op de een of andere manier met dit thema te maken krijgen. Op dit onderwerp rust nog altijd een taboe, terwijl openheid juist voor verlichting kan zorgen. In dit artikel diepen we dit gevoelige thema uit en geven we handvatten om het gesprek aan te gaan.
Suïcidaliteit is de gedachte aan de dood en de wens om er niet meer te willen zijn. Als iemand zegt: ‘Ik wil dood’, dan bedoelt hij of zij eigenlijk: ik wil dít leven niet meer, omdat dat door de omstandigheden ondraaglijk is. Als je niet weet hoe je dat kunt veranderen en je voor je gevoel klemzit, is er maar één alternatief: de dood.
Model van Joiner
Wat maakt dat iemand zover komt? Thomas Joiner legt dat helder uit in zijn interpersonal theory of suicide. Het zijn drie ballen die elkaar overlappen. Aan de ene kant heb je de bal ‘Ik sta er alleen voor’. Iemand zit als het ware in een isolement en denkt dat niemand er voor hem of haar is. Dan heb je de bal ‘ik ben de ander tot last’. Als die ballen elkaar overlappen, ontstaan er suïcidale gedachten. Die wens voor de dood is echter niet voldoende om daadwerkelijk over te gaan tot een poging. Daarvoor is een derde bal nodig: het ‘verworven vermogen’ om suïcide te plegen. Dit is het vermogen om de natuurlijke angst voor pijn en de dood te overwinnen. Een suïcidepoging gebeurt meestal niet van de ene op de andere dag. Het is vaak een proces, al kan het ook binnen 24 uur. Door een heftige gebeurtenis, zoals ontslag of een scheiding. Dat zie je vooral bij mannen.
Risicofactoren
Voordat die drie ballen elkaar kunnen overlappen, moeten er oorzaken zijn waardoor die gedachten van het ‘de ander tot last zijn’ en je ‘alleen voelen’ ontstaan. Eigenlijk is dat nooit één oorzaak. Het gaat om diverse vormen van pijn en hopeloosheid. Vaak spelen psychische klachten, trauma’s en een kwetsbare persoonlijkheid een aanzienlijke rol. Een grote trigger voor suïcidaliteit is seksueel misbruik. Ook LHBTIQ+-jongeren zijn maatschappelijk gezien een grote risicogroep, maar in de kerk misschien nog wel meer. Als je merkt dat je het hele systeem aan het wankelen brengt door wie je bent, dan kun je je al snel tot last voelen, wat enorme eenzaamheid met zich meebrengt. Zelfs de woningnood wordt in diverse rapporten genoemd. Karakter, draag- en veerkracht spelen ook mee.
Een grote beschermingsfactor is verbondenheid met andere mensen. Pijn en hopeloosheid zijn dan vaak beter te dragen. Op het moment dat je er alleen voor staat, wordt het ingewikkeld. Voor een jongere is een veilige en warme relatie met minstens één ouder of opvoeder daarom heel belangrijk. Maar het kan in alle gevallen ook gaan om relaties in het algemeen: een steunende vriendengroep, een studie, werkplek of kerk waar je je gezien voelt en je het gevoel hebt ergens bij te horen. Plekken waar je structuur ervaart en waar problemen gesignaleerd worden. Er moet een plek zijn waar de ander tegen je zegt: ‘Ik zie jou, ik voel compassie en ik wil je helpen.’ Dat is een eerste stap naar herstel.
Normale vraag
Het ellendige is dat er op suïcidaliteit nog een enorm taboe zit. Dat maakt het moeilijk die gedachten met iemand te delen. Veel mensen moeten een drempel over om aan iemand die niet goed in zijn of haar vel zit te durven vragen of hij of zij weleens aan de dood denkt. Dat is een spannende vraag die ongemakkelijk kan zijn. Maar als je het openbreekt, komt er lucht en is de bal ‘ik sta er alleen voor’ al voor een deel weg. Dat kun je dus doen met één simpele vraag. Als je dat lastig vindt, kun je dat thuis ook oefenen voor de spiegel. Dan kun je ervaren: hoe is het als ik die vraag stel? Het eerlijke verhaal is ook: als je ‘m niet stelt, maak je ook een keuze. Misschien ben je bang voor het antwoord. Dat is logisch. Maar tegelijk: als het antwoord bevestigend is, kun je doorvragen. Daarmee bescherm je eigenlijk de ander. Je geeft ruimte om de aanleiding te vertellen en biedt daarmee perspectief. Niet vragen is gevaarlijker. Dan kan het juist gebeuren waar je bang voor bent. Eigenlijk moet die vraag gewoon normaal worden. Door het taboe hebben wij ‘m te zwaar gemaakt.
Het is belangrijk om enige inbedding te geven als je de vraag stelt. Bijvoorbeeld: ‘Joh, het valt me op dat … Gaat het wel goed met je?’ Mocht iemand aangeven dat het echt niet goed gaat, dan kun je vragen: ‘Maar denk je dan weleens aan de dood?’ Of dat je eerst vraagt: ‘Hoe zit je erbij?’ Of: ‘Ik maak me een beetje zorgen, want …’ Mochten die vragen te direct zijn, dan kun je ook vertellen dat je weet dat sommige mensen die depressief of somber zijn weleens aan suïcide denken. Vervolgens vraag je: ‘Hoe is dat bij jou?’ Daarmee normaliseer je het en haal je de angel eruit. Daardoor krijgt iemand het gevoel dat hij of zij niet gek is en dat dit dus vaker gebeurt. Wil je het woord suïcide vermijden? Stel dan de vraag: ‘Hoe wanhopig voel je je? Denk je er weleens aan dat je niet meer wilt leven?’ Verbondenheid en een veilige relatie zijn hierbij van belang. Sommige mensen zijn bang dat wanneer ze het gesprek aangaan, de ander op ideeën wordt gebracht. Want: ‘Alles wat je aandacht geeft, groeit.’ Die angst is irreëel. De gedachten zijn er al. Als die geheim worden gehouden, kunnen die juist verder broeden.
Signalen
Het is natuurlijk ook niet nodig om te pas of te onpas te vragen of iemand aan de dood denkt. Aan de andere kant: is het erg als je de vraag een keer te veel stelt? Er zijn signalen op te merken die je waakzaam kunnen maken. Hoe meer risicofactoren je ziet, hoe groter de kans is. Signalen zijn dat iemand minder onderneemt dan normaal, zich terugtrekt uit contacten en minder functioneert op werk of school. Het kan ook zijn dat iemand stemmingswisselingen heeft, prikkelbaar en agressief is en minder energie heeft. Slechte verzorging, meer drinken, roken of drugsgebruik, zelfbeschadiging, roekeloos leven, weglopen of rondzwerven of verontrustende berichten op sociale media plaatsen zijn ook belangrijke signalen. Soms zijn er ook heel concrete aanwijzingen. Iemand geeft bijvoorbeeld persoonlijke spullen weg, maakt ineens fotoboeken en is veel bezig met de dood, bijvoorbeeld door uit het niets een levensverzekering af te sluiten. Ook concrete uitspraken kunnen de alarmbellen doen rinkelen: ‘Mijn leven is de moeite niet waard’ of ‘ik zie geen toekomst meer’. Een signaal dat vaak niet wordt opgepikt, is wanneer iemand zich na een slechte periode ineens weer goed voelt. Je haalt dan misschien opgelucht adem en denkt: gelukkig, het gaat beter. Maar dat kan er juist op wijzen dat iemand een plan heeft, een datum heeft en opluchting ervaart, omdat het lijden bijna voorbij is.
Zonder oordeel
Het kan natuurlijk zo zijn dat iemand daadwerkelijk aan suïcide denkt. Probeer dan niet in paniek te raken als iemand daar open over vertelt. Door een schrikreactie voelt de ander zich juist weer tot last. Luister zonder oordeel naar het verhaal en vraag goed door. Geef de ander de ruimte te delen hoe hij of zij zich voelt. Vul niet in, kom niet met je eigen verhaal en kom niet direct met oplossingen. Daarna is er ruimte om na te denken over hulp. Wat in christelijke kringen nogal eens gebeurt, is dat er gezegd wordt dat het van God niet mag. Of: ‘God is een God van leven.’ Of: ‘Je hebt nog zoveel om voor te danken.’ Daarmee doe je de ander geen recht. In sommige kerken zeggen ze: ‘Wanneer je genoeg bidt, helpt God je overal doorheen.’ Of subtieler: ‘Je zult nooit meer te verduren krijgen dan je aankunt.’ Of in de orthodoxere kerken: ‘Bij kinderen van God gebeurt dit niet.’ Dat zijn dooddoeners die schadelijk kunnen zijn. Ook algemene uitspraken kunnen pijnlijk zijn: ‘Dat kun je je familie niet aandoen.’ Door dat te zeggen, praat je de ander een schuldgevoel aan. Of: ‘Het kan altijd erger.’ Of: ‘Er is nog zoveel om voor te leven.’ Het is de kunst om gewoon naast de ander te zitten en je te ontfermen over hem of haar. Het verdragen van onmacht is veel moeilijker dan komen met oplossingen.
Grenzen bewaken
Wanneer iemand in je omgeving suïcidaal is, kan dat heel belastend zijn. Je kunt je eenzaam voelen, omdat je je zorgen niet durft te delen. De omgeving begrijpt het vaak niet en ook de kerk schiet pastoraal nogal eens tekort. Ook ná een suïcide. Het is daarom belangrijk om de omgeving niet te vergeten. Grenzen aangeven en die goed bewaken, is belangrijk. Allereerst is het daarom goed om te beseffen dat het nooit jouw schuld is als de ander wel tot een (fatale) poging komt. Jij bent niet verantwoordelijk voor de keuze die de ander maakt. Als iemand zijn suïcidale gedachten deelt en je trekt het niet alleen, geef dan aan dat je iemand in vertrouwen neemt, zodat je zelf meer lucht krijgt. Beloof niet dat je het niet verder vertelt.
Daarnaast is het voor het herstel belangrijk dat er niet één persoon bij betrokken is, maar dat er voldoende relaties om hem of haar heen staan. Voor jou als naaste is het ook belangrijk dat je doorgaat met leven en goed voor jezelf zorgt. Wees ook duidelijk en geef aan wat iemand van jou mag verwachten en wat niet. Zorg ervoor dat de relatie zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft. Waak ook voor manipulatief gedrag, want zo’n patroon sluipt er gemakkelijk in. Omdat jij het gevoel krijgt dat je de persoon in leven kunt houden, zit je zo in de rol van hulpverlener. Maak concrete afspraken, bijvoorbeeld over waar spullen (blijven) liggen die gebruikt kunnen worden bij een poging. Uiteindelijk is voor suïcidaliteit professionele hulp nodig. Een naaste kan ondersteunen in het zoeken daarvan. Juist als je niets overziet, kan het vinden van passende hulp een grote hobbel zijn.
Laten we van hart tot hart contact hebben met elkaar en plekken creëren waar die worsteling er mag zijn. In gezinnen, op scholen, op het werk, in de maatschappij, maar vooral ook in de kerk. Besteed er aandacht aan in de preek, bid ervoor of organiseer een thema-avond, bijvoorbeeld op catechisatie. Op 27 september is het Wereld Suïcidedag. Dat is ook een passende aanleiding om eens nadrukkelijker bij dit thema stil te staan. Zo laten we samen zien dat het niet iets is om je voor te schamen. En samen zorgen we ervoor dat iemand er niet alleen voor staat.
Hulp nodig?
Worstel je met suïcidale gedachten? Eleos biedt diverse therapieën aan om jouw mentale gezondheid te verbeteren. Kijk voor meer informatie op www.eleos.nl.
Denk je aan zelfdoding? Bel dan nu 113 of 0800-0113 (gratis) of chat via 113.nl.
Tekst: Redmar Smit
Met medewerking van: Christina Hennipman-Herweijer, beleidsadviseur kwaliteit bij Eleos
Laat een reactie achter
Wil je graag reageren op dit verhaal. Heb jij er iets aan gehad? Of wil je gewoon iets met ons delen? Laat dan een reactie achter.