Mijn kind wil niet naar school. Hoe ga je het gesprek aan?

10 december 2025

Naar schatting gaan ruim zeventigduizend kinderen of jongeren niet naar school, omdat de angst of stress daarvoor te groot is. Ze zitten niet lekker in hun vel en ouders voelen zich vaak onmachtig. Hoe ga je met elkaar in gesprek over schoolweigering?

Als een jongere te veel angst of stress ervaart om naar school te gaan, wordt dat schoolweigering genoemd. Soms wil een kind of jongere wel, maar lukt het gewoon niet. Het is dus iets anders dan spijbelen. Dan kan een kind wel, maar wil het niet. Overigens is het bij spijbelen belangrijk om goed te kijken naar de oorzaak ervan. Want ook hierbij kan angst of stress een rol spelen.

Onmachtig

Als een kind niet naar school durft, nemen angst en stress voor school verder toe. Die hebben ook een negatief effect op het zelfvertrouwen, de sociale contacten worden minder en de angst breidt zich vaak uit naar andere gebieden. Het kind wil bijvoorbeeld ook niet meer naar de supermarkt, waar het klasgenoten tegen kan komen. Verder bestaat er een risico op het ontstaan van een depressie. Ouders van wie de kinderen niet langer naar school gaan, voelen zich vaak onmachtig. Ze probeerden vaak al van alles om hun kind te helpen, maar het had niet voldoende effect.

IJzer smeden als het koud is

Als je met een kind dat niet naar school durft in gesprek wilt, is timing belangrijk. In dit geval geldt: het ijzer smeden als het koud is. Dat betekent dat je met het kind in gesprek gaat op een neutraal moment, als jullie allebei rustig zijn. Dus niet op het moment als het boos, verdrietig of angstig is of als je zelf gefrustreerd of teleurgesteld bent. Benoem op zo’n geschikt moment het gedrag en de emotie die je denkt te zien bij het kind. Geef erkenning voor die emotie. Van hieruit kun je samen met je kind onderzoeken wat maakt dat naar school gaan zo ingewikkeld is. Voor sommige kinderen helpt het wanneer je zelf een aantal dingen noemt waarvan je denkt dat ze aan de hand kunnen zijn. Het kind merkt hierdoor dat niets gek is. Bovendien kan het makkelijker zijn om enkel “ja” of “nee” te zeggen, dan om meteen zelf alles op tafel te moeten gooien.

Mooiste cadeau

Ondersteunende taal is het meest helpend voor het kind. Dat betekent dat je erkenning geeft voor de emoties die een kind heeft en dat je vertrouwen uitspreekt in zijn of haar mogelijkheden. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat het vanmorgen heel lastig is om uit je bed te komen. Gisteren is het je gelukt om naar school te gaan. Ik weet dat je het vandaag ook kunt.” Of: “Je wordt boos omdat ik niet langer wil dat je thuisblijft. Ik begrijp dat je er zelf geen vertrouwen in hebt, maar wij hebben dat wel. We laten je niet los en gaan er samen voor zorgen dat het gaat lukken.” Het mooiste cadeau dat je een kind kan geven, is vertrouwen. Je vertrouwen uitspreken kun je niet vaak genoeg doen. Dat geldt overigens niet alleen bij schoolweigering.

Het helpt niet om streng te zijn tegen het kind. Bijvoorbeeld door te zeggen: “Stel je niet aan. Iedereen moet naar school, dus jij ook.” Het kind voelt zich dan niet begrepen. Anderzijds is te bezorgd zijn ook niet helpend, zoals: “Ik merk dat je het nog steeds heel spannend vindt om naar school te gaan. Het is beter als je nog een poosje thuisblijft.” Het kind hoort hierin begrip voor wat het voelt, maar ook: “Ik heb er geen vertrouwen in dat jij met deze angst kunt omgaan. Ik denk dat school veel te spannend is en dat je beter veilig thuis kunt blijven.”

(Niet) begrijpen

Ook al doe je nog zo goed je best, het kan zijn dat je het kind echt niet begrijpt. Dat is ingewikkeld. Het kan helpen om te bedenken dat elk kind naar school wil. Alle kinderen en pubers willen het liefst zijn zoals hun leeftijdgenoten en ook gewoon naar school gaan. We kunnen als ouders, verzorgers of leerkrachten nooit precies ervaren en begrijpen wat een kind voelt en ervaart. Soms gaat een kind niet naar school, maar heeft het bijvoorbeeld geen enkele moeite om te gaan sporten. Daardoor kun je je afvragen of het kind zich aanstelt of dat hij of zij het misschien wel lekker vindt om thuis te zijn. Dat is niet zo. Het kan helpen om voor jezelf na te gaan wanneer je zelf ergens heel bang of gestrest voor bent geweest. Dat gevoel heeft het kind ook.

Niet-veroordelende houding

Veel ouders van schoolweigeraars voelen zich onbegrepen door andere ouders. Ze krijgen regelmatig te horen: “Als het mijn kind was, zou ik het wel weten.” Ouders voelen zich vaak oververmoeid, ervaren veel stress en voelen zich falen. Dit soort opmerkingen versterken dat. Stel liever vragen vanuit een niet-veroordelende houding, zoals: “Hoe is het met jou? Hoe ging het deze week? “Of: “Hoe was je dag vandaag?” Het kan ook fijn voor hen zijn als je hulp aanbiedt.

Ook voor kinderen die niet naar school durven, is het fijn als er met hen wordt gepraat. Vraag hen gerust hoe het gaat of wat naar school gaan zo ingewikkeld maakt. Niet elk kind zal hier even makkelijk over praten. Het kan helpen om eerst aan te sluiten bij de interesses van het kind, zoals dieren of een sport. Het belangrijkste is dat een kind zich gezien voelt en ervaart dat het ertoe doet.

Kader

Als een jongere school verlaat door psychische problemen, kunnen ze bij Eleos terecht voor deeltijdbehandeling en onderwijs: De Combi in Ede. Kijk voor meer informatie op www.eleos.nl.

Tekst: Corina Schipaanboord
Eleos: Marije van der Have

Reacties

Laat een reactie achter

Wil je graag reageren op dit verhaal. Heb jij er iets aan gehad? Of wil je gewoon iets met ons delen? Laat dan een reactie achter.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *