“Met vallen en opstaan ga ik nu door het leven en Jezus gaat voor me uit”

25 november 2020
|
2 reacties

Het werd donker. Zo donker als in de tijd dat de lampen vroeger aan moeten, wanneer het langer duurt voor het ’s morgens licht word. Als de zon scheen, vertaalde zich dat niet in hoe ik me voelde. Ik lag de hele nacht wakker en zag op tegen de morgen: vroeg opstaan, m’n dagelijkse ritueel uitvoeren en in de auto springen om naar m’n werk te gaan.

Op mijn werk ging het allemaal vanzelf. Cliënten wakker maken, helpen bij het opstarten van hun dag, kletsen met een collega tijdens het ontbijt. Na het ontbijt gingen we allebei met 3 of 4 cliënten aan de slag. Op een dag gingen we buiten wandelen, in de mooie herfstkleuren. Maar ik zag die kleuren niet meer. Een cliënt trok aan m’n arm, omdat ze m’n aandacht nodig had. Voor haar was ik een veilig persoon, maar ik was niet meer veilig. Niet voor mezelf. Elke dag kwam ik gebroken thuis. De dagen en avonden en nachten waren lang. Ze duurden voor mijn gevoel steeds langer.

Ik deed de dingen die ik moest doen, ik deed mijn werk goed. De cliënten kregen te eten en te drinken en ik ondersteunde ze, maar mijn aandacht was er niet meer bij. Op een avond zongen we Psalm 27: ‘Heer, ik wil U toch volgen.. waarom voel ik me dan zo.. Wacht dan, ja wacht! Verlaat u op de Heer.’ Ik zong het vooral om mezelf te bemoedigen. Want wachten duurt zo lang. Wachten is zo moeilijk.

Mijn zus kwam een tijdje doordeweeks bij mij wonen. In die tijd ging ik steeds meer op haar leunen: ik zat echt te wachten tot ze thuiskwam van haar werk, ik wilde het liefst dat zij kookte. Ik kon mezelf nog maar net naar de supermarkt slepen. Alle gewone dagelijkse dingen leken me zo nutteloos. Wakker worden. Opstaan. Eten. Werken. Mensen. Sociaal doen. Slapen. LEVEN. Hoe?

Er gingen weken voorbij en het lukte me niet meer om te slapen. Ik dwaalde steeds vaker ’s nachts door het huis. Ik keek vanaf mijn balkon een paar verdiepingen naar beneden. Ik dacht: ‘Zal ik eraf springen? Dan is het maar voorbij. God, ik wil naar U! Ik kan niet meer.’ Mijn zus nam mij op een gegeven moment mee naar m’n ouderlijk huis. Ze belde mijn werk af en ik kon uitrusten. Ik vroeg bij de huisarts een verwijzing voor hulp aan. En slaappillen, zodat ik weer kon slapen.

Ik wilde niet meer en ik was een gevaar voor mijn eigen leven. Maar het leek wel alsof niemand dat begreep. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd. Mijn familie en vrienden waren radeloos, het was ook voor hen ontzettend zwaar. Ik kreeg groepstherapie met een groep meiden die bezig waren hun leven op orde te krijgen. Iedereen stelde doelen voor de komende tijd. Mijn doel werd: ‘Ik wil weer leven’. Maar diep van binnen dacht ik: is dit echt mijn doel? Nee. Ik kon het niet meer.

Nog steeds hing ik heel erg aan mijn zus. Zodra ze thuis kwam van haar werk hing ik aan haar. Huilend, radeloos. Een vriendin van me bracht en haalde me vaak op en ik belde bijna elke dag een uur met haar. Die vriendin was erg geduldig en daar heb ik nog steeds respect voor. Mijn moeder probeerde me elke dag opnieuw uit bed te slepen. Ze maakte ontbijt voor me; dat was het enige dat ik nog fijn vond. Ook wandelde ik elke dag voor etenstijd een halfuur met mijn vader. Voor mijn omgeving was het minstens net zo zwaar als voor mij. Er waren mensen die zeiden dat het goed kwam. Dat ik er echt wel uit zou komen. Dat het eens weer licht werd. Maar daar kon ik niets mee. Ik kon het niet geloven en wilde het niet.

Er gingen weken voorbij. Weken waarin er eigenlijk niets veranderde. Heen en weer van en naar de huisartsenpost of nachtelijke thuishulp. In het weekend werd ik opgevangen bij vrienden. Uiteindelijk ging het zo niet langer. Mijn ouders trokken aan de bel bij mijn therapeut: dit ging niet langer. Ik werd die avond nog opgenomen op een gesloten afdeling. Het was een klein kamertje met een bed, een kast en een wasbakje. Ik mocht m’n eigen spullen niet meer bij me hebben.

Ik lag huilend op bed. Elk halfuur kwam er iemand van de bewaking kijken. En toch knapte ik daar in een week al op. De andere mensen die daar zaten waren voor mijn gevoel raar en ik voelde mezelf ineens heel normaal. Dat was verwarrend. Ik leerde weer te lachten en ging zelfs weer gitaar spelen. Ik mocht ook zelf naar buiten en elke dag kwamen er mensen bij me op bezoek.

Tot het bericht kwam dat ik overgeplaatst zou worden. Ik moest naar ‘de fontein’ in Bosch en Duin. Ik was nog steeds suïcidaal en vond het heel spannend om weer ergens anders heen te gaan. Ik durfde er niet meer te zijn, na het avondeten rende ik weg. Ik voelde me zo alleen. Niemand kon mij toch begrijpen. Ik had het idee dat ik er maar beter niet meer kon zijn, dat ik mensen alleen maar in de weg zat. Ik maakte mensen zo ongerust. Die avond vroeg een vriendin aan mensen in onze kerk om te bidden. Zelf kon ik niet meer bidden.

Na een aantal weken in ‘de fontein’ begon ik te ontdooien. Het ritme was goed: wakker worden, ontbijten, vervolgens therapie, soms ook beeldende therapie. Dat was heerlijk. Ik zat er met mensen die zich net zo voelden. We werden zelfs vrienden. De vrienden leerden me haken en we gingen vaak wandelen in het bos. En langzamerhand kwamen er weer kleine lichtpuntjes. Het was een tijd van spanning en angst, maar die lichtpuntjes maken dat ik er toch goed op terugkijk.

Na een lange tijd in ‘de fontein’ nam ik afscheid met een lach op mijn gezicht. Ik werd opgevangen door een liefdevol gezin uit de kerk waar ik een paar maanden kon wonen tot mijn schema- en traumatherapie zou starten. Het was een tijd waarin ik kon uitrusten. En een week voordat de therapie begon, verhuisde ik weer naar mijn eigen appartement. Dat was zo bijzonder: een plek waar ik nooit meer naar terug wilde, daar wilde ik nu niet meer weg!

De therapie was zwaar. Ik reed op elke maandagochtend naar ‘de fontein’ en met onze groep worstelden we ons dan vijf dagen lang door ons verleden heen. Op zaterdagochtend reed ik dan weer terug naar huis. Dat was een pittige tijd, maar langzamerhand kwam er herstel. Ik leerde omgaan met mijn gevoelens, patronen die ontstaan waren. De dingen waar ik altijd van weggevlucht was, daar ging ik nu dwars doorheen.

God was soms ver weg. Soms voelde ik Hem heel dichtbij. Ik wist dat Hij er was maar het was moeilijk om het te ervaren in de dingen waar ik doorheen moest. Toch kon ik pleiten op Zijn beloftes en leerde ik Hem vertrouwen in de weg die Hij met me gaat!

Afgelopen september deed ik belijdenis van mijn geloof, precies twee jaar nadat ik was ziekgemeld. Ik kreeg een tekst mee uit Psalm 30, een psalm die erg dierbaar voor me is geweest:  ‘U hebt voor mij mijn rouwklacht veranderd in een reidans, U hebt mijn rouwgewaad losgemaakt en mij met blijdschap omgord. Daarom zal mijn eer voor U psalmen zingen en niet zwijgen. Heere, mijn God, voor eeuwig zal ik U loven!’ Met vallen en opstaan ga ik nu door het leven en Jezus gaat voor me uit. Nog steeds verlang ik eens bij Hem te zijn. Maar ik bid ook of ik hier op aarde nog mag genieten van alles wat Hij me hier geeft.

Ter bemoediging wil ik nog graag een lied delen van Matthijn Buwalda, je kunt het hier luisteren. ‘Voor wie zoekt maar nergens vind, voor wie vecht maar zo vaak niet wint.. voor wie lacht maar niet geniet, voor wie wel gelooft maar zo vaak niet ziet.. weet dit: Je draag het niet alleen! Zelfs als de hemel zwijgt, als je geloof bezwijkt. Als je Me niet begrijpt. Ik zal er altijd zijn.’

Reacties

2 thoughts on ““Met vallen en opstaan ga ik nu door het leven en Jezus gaat voor me uit””

  1. Gert Jansen schreef:

    Knap dat je in veel moeite toch hebt geleerd om positief te denken.

  2. Dirma schreef:

    Trots op jou en dankbaar voor Wie God is en wat Hij in jou leven heeft gedaan! Ik zal nooit vergeten dat ik bij je kwam, in je kamertje, en we samen hebben gebeden.. en dat je vertelde dat je ook voor mij had gebeden, dat vond ik zo bijzonder! Dwars door alles heen is Hij erbij!!

Laat een reactie achter

Wil je graag reageren op dit verhaal. Heb jij er iets aan gehad? Of wil je gewoon iets met ons delen? Laat dan een reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *