(Altijd) bang!

27 mei 2020
|
1 reactie

Iedereen is weleens bang of maakt zich soms zorgen. Neem bijvoorbeeld de coronacrisis die de wereld in haar greep houdt. Maar wat als je eigenlijk altijd wel ergens bang voor bent? Als er geen dag voorbijgaat waarop je niet angstig bent voor mogelijk naderend onheil. Wanneer je in paniek raakt als je denkt aan wat er allemaal kan misgaan in alledaagse situaties. Hoe zorg je er dan voor dat dit niet je leven beheerst?

Net als alle andere gevoelens, zoals rouw en pijn, is angst van groot belang voor mensen. Het helpt je om je voor te bereiden op dreigend gevaar. En dat is maar goed ook, want als er ergens brand uitbreekt, zorgt het stresssysteem in je lichaam ervoor dat je jezelf in veiligheid brengt. Als het gevaar is geweken, verdwijnt de angst ook. Veel mensen hebben echter last van angst die niet zomaar meer weggaat. Dit uit zich vaak in piekeren en stress. Misschien herken je dat bij jezelf: je kunt je erg druk maken over wat er zou kunnen gebeuren. Je vraagt jezelf af: “Wat als …” Of: “Stel dat …” Je gedachten gaan snel door je hoofd en je maakt ze niet af. Je denkt in kringetjes. Angstgedachten kunnen zelfs leiden tot paniek. Vandaaruit denk je nog meer na over hoe je de mogelijke scenario’s kunt oplossen. Je voelt dat je hartslag omhoog gaat, je ademhaling versnelt en je begint te zweten.

Tot rust komen
Om je angsten en het piekeren te verminderen, is het verstandig om eerst je lichaam tot rust te laten komen, bijvoorbeeld door een lange wandeling te maken. Ook binnenshuis kun je zorgen voor rust in je lijf, bijvoorbeeld door goed op je ademhaling te letten. Adem vier tellen diep en langzaam door je neus in. Probeer te ademen vanuit je buik. Houd je adem vier tellen vast om aansluitend in vier tellen door je mond uit te ademen. Je merkt dan hoe je adem naar je buik daalt en je borstkas weer normaal wordt. Herhaal deze oefening een aantal keer. Je zult merken dat wanneer je lichaam weer tot rust komt, je weer helder kunt denken.

Denkoefening
Als je lichaam weer tot rust is gekomen, is het gemakkelijker om je gedachten te organiseren. Dat is belangrijk, stelt Elke Wiss van De Denksmederij. Hoe je denkt, bepaalt vaak hoe je je voelt. Geen wonder dat je je beter gaat voelen als je beter leert denken.” In haar denkoefening start je met het opschrijven van één gedachte of idee. Bijvoorbeeld: ik ben ongelukkig op mijn werk, want ik verveel me daar. Vervolgens stel je jezelf een korte vraag die je beantwoord wilt krijgen (moet ik van baan veranderen?). Daarna geef je jezelf een concreet antwoord op deze vraag (nee, want ik hecht te veel aan zekerheid die ik heb in het werk). Daarna stel je jezelf nog een oplossingsgerichte of verdiepende vervolgvraag (wat kan ik doen om weer plezier te krijgen in mijn werk?) en geef het antwoord. Tot slot ga je na wat je zou doen als geld, tijd of de mening van anderen geen rol zou spelen. Deze denkoefening helpt je om beter in te schatten in  hoeverre er echt gevaar dreigt. Ook helpt het je om een oplossing te bedenken voor je probleem.

 

Uit handen geven
Je mag je ook realiseren dat je zelf niet alles hoeft te overzien. In de Bijbel laat Jezus zien dat je de controle over je leven uit handen mag geven. Jezus zegt dat we ons niet bezorgd moeten afvragen wat we zullen eten of drinken, of waarmee we ons zullen kleden. “Want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.” (Matt. 6:31,32).

Alarmsysteem
Het is mogelijk dat je een langere periode in je leven (onterecht) te veel blijft piekeren over alledaagse dingen die kunnen gebeuren. Je kunt zelfs zó bang zijn om de controle te verliezen over je gedachten, dat je denkt dat je gek wordt. In dat geval is er wat anders aan de hand dan het gewone piekeren. Je hebt mogelijk last van een piekerstoornis, ook bekend als een gegeneraliseerde angststoornis. Je ‘alarmsysteem’ staat te strak afgesteld. Je ervaart iets als gevaarlijk, terwijl het niet gevaarlijk is. Je denkt dat het normaal is om alle mogelijke scenario’s te doordenken en zo risico’s te beperken. Je denkt waarschijnlijk ook dat iedereen op deze manier zijn leven onder controle houdt. De meeste mensen met deze stoornis doen veel om schijnbaar gevaar te ontlopen. Ze vermijden bijvoorbeeld ook situaties die mogelijke angst bij hen oproept. Denk aan een verjaardag waar je mogelijk zo moe van kunt worden dat je de volgende dag minder scherp bent in het verkeer, waardoor je mogelijk een ongeluk kunt krijgen, waardoor je mogelijk je baan kunt verliezen. Je merkt dat het piekeren steeds meer ten koste gaat van het dagelijks functioneren en het sociale leven. Misschien kom je dan tot de conclusie dat je hulp nodig hebt.

Omgeving
Ongeveer 350.000 Nederlanders hebben in hun leven te maken met een gegeneraliseerde angststoornis. Meer vrouwen dan mannen hebben er last van. Vaak heeft iemand aanleg om zich zorgen te maken. Ook een stressvolle levensgebeurtenis of -fase, zoals een scheiding, burn-out of een onveilige thuissituatie, kan de angst vergroten. Het is niet gemakkelijk om zelf na te gaan wanneer piekeren een stoornis wordt. Vaak wordt het namelijk als positief gezien wanneer je veel nadenkt, vragen stelt en op alles bent voorbereid. Je laat daarmee zien dat je je leven serieus neemt. Als je twijfelt, kan het daarom handig zijn om hulp te vragen aan je huisarts of familie en vrienden. Door met hen over je problemen te praten, kan je blik verruimd worden. Ook kunnen zij zorgen voor afleiding en ontspanning door samen met jou iets te ondernemen. Het is voor de omgeving vaak lastig in te schatten of iemand gewoon piekert of wanneer het wordt gebruikt als strategie om lastige gevoelens niet te hoeven voelen. Toch ligt daar de crux. Enerzijds mag je iemand geruststellen die zich zorgen maakt, anderzijds mag je iemand ook blijven uitdagen om lastige situaties te blijven opzoeken. En wanneer je merkt dat iemand vastzit in zijn denken, kun je misschien meedenken voor eventuele hulp.

Oplossen
Bij het oplossen van een piekerstoornis is het ten eerste van belang dat je je realiseert waar het piekeren écht vandaan komt. Het wordt namelijk niet zozeer veroorzaakt vanuit een behoefte aan informatie. Nee, het is een strategie geworden om lastige gevoelens niet onder ogen te komen. Denk bijvoorbeeld aan de angst om alleen te staan of de angst voor afwijzing door mensen of veroordeling door God. Doordat je piekert, word je beloond door een gevoel van controle en hoef je niet stil te staan bij je nare gevoel. Piekeren is dus een verslavend en verdovend middel geworden. Stoppen met piekeren is gemakkelijker dan het lijkt. Het begint met realiseren dat je over veel dingen waarover je piekert geen controle hebt. Dat gaat over concrete situaties, maar ook over de mening van anderen. Veel mensen zijn bijvoorbeeld bang voor het oordeel van anderen over de keuzes die ze maken. Je weet echter niet wat iemand over jou denkt. Laat staan dat het je lukt om het iedereen naar de zin te maken. Het heeft geen zin om dat dan toch te proberen. Daarnaast is het belangrijk dat je weet dat er meer dan één juiste keuze is. Dat geeft vrijheid. Je mag jezelf de ruimte gunnen om een keuze te maken die lastig voor je is en daarvan de consequenties aanvaarden. Ook is het belangrijk op een gegeven moment gewoon een keuze te maken, want niet kiezen omdat je piekert, is uiteindelijk ook kiezen. Dan kies je voor de status quo. Tot slot kan het helpen om naast je zorgen ook je zegeningen op te schrijven. Ze helpen je om dankbaar te zijn voor de mooie dingen in je leven. Zo lukt het jou om positiever in het leven te staan en je zult merken dat je minder piekert.

Behandeling
Wanneer je er zelf niet uitkomt, kan Eleos ook helpen. Een gegeneraliseerde angststoornis is namelijk goed te behandelen. In de behandeling kun je samen met hulpverleners ‘nieuwe wegen’ (denkwijzen) aanleggen in de hersenen. De angstige wegen mogen plaatsmaken voor wegen van vertrouwen. Door deze nieuwe wegen veel te ‘bewandelen’, slijt het in. De oude paden van de angst blijven ook bestaan. Het is daarom de kunst om in situaties die angst oproepen telkens te kiezen voor de nieuwe
route.

Met cognitieve gedragstherapie worden piekergedachten onder de loep genomen: klopt het wat je denkt? Een hulpmiddel hierbij is het bijhouden van een piekerdagboek. Daarin schrijf je dagelijks op welke piekergedachten je hebt. Zo kan het patroon van piekeren onderzocht en doorbroken worden. Omdat piekeren een strategie is om lastige gevoelens te vermijden, is het van belang om in de behandeling juist wel in te gaan op deze gevoelens. Je zult er vaak alles aan doen om de aandacht van deze nare gevoelens af te leiden. Je bent veel te bang om erdoor verzwolgen te worden. De behandeling helpt je ontdekken dat deze gevoelens niet zo bedreigend zijn als je denkt.

Tot slot is exposure een belangrijk middel om angstklachten te verminderen. Je zoekt herhaaldelijk situaties op die angst bij je oproepen. Je zult steeds weer merken dat een situatie feitelijk ongevaarlijk is en dat een situatie niet de gevreesde uitkomst heeft. Wanneer je je wilt aanmelden bij Eleos heb je een verwijzing nodig van je huisarts. Een hulpverlener bij Eleos helpt je om je angststoornis onder controle te krijgen. Afhankelijk van jouw situatie wordt een passende behandeling gestart door cognitieve therapie en/of medicatie.

Dit artikel verscheen eerder in Eleoscript en is geschreven door Marloes Lindenberg, Allard Sierksma en Hanneke Bakker. 

Heb je hulp nodig bij je angstklachten? Je kunt je aanmelden bij Eleos via www.eleos.nl/aanmelden.

Reacties

One thought on “(Altijd) bang!”

  1. Monique schreef:

    Goedendag
    Ik herken dat gepieker wel en de daarbij behorende angst. Cognitieve gedragstherapie lijkt mij heel goed om te doen om de doemdenk scenario’s onder controle te houden. Want je gedachten kunnen behoorlijk een eigen leven gaan leiden met alle gevolgen van dien.
    🌹

Laat een reactie achter

Wil je graag reageren op dit verhaal. Heb jij er iets aan gehad? Of wil je gewoon iets met ons delen? Laat dan een reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *